Suikerziekte bij de kat

Gesloten
Gebruikersavatar
Neeltje
Advies PZ-Can
Berichten: 71554
Lid geworden op: 13 mar 2009 17:48
Insuline: was Caninsulin

Bericht door Neeltje » 02 aug 2015 13:59

Auteur: Drs. Amanda van Grondelle, dierenarts, verbonden aan Dierenkliniek A30 (http://www.dierenklinieka30.nl/Home/)

N.B.
Onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

INLEIDING

Suikerziekte of diabetes mellitus bij de kat komt relatief vaak voor. Bij 80-95% van de katten lijkt de diabetes overeen te komen met de humane diabetes type 2. Dit is de vorm van diabetes die beter bekend is onder de naam "ouderdomssuikerziekte".
Bij deze vorm van suikerziekte is er een relatief tekort aan insuline. Aanvankelijk wordt er nog wel insuline gemaakt door het lichaam, maar het is onvoldoende of het lichaam reageert er niet voldoende op.
Er is vrij veel bekend over de ontstaanswijze van deze ziekte en de risicofactoren die bijdragen tot het ontstaan van suikerziekte zowel bij de mens als bij de kat. Hieruit kunnen we ons voordeel doen bij de behandeling van suikerziekte bij katten, maar ook bij de preventie ervan.

ONTSTAAN VAN DE ZIEKTE

De kenmerken van suikerziekte bij katten zijn in de eerste plaats een absoluut of relatief insulinetekort en in de tweede plaats een insulineresistentie of een verminderde gevoeligheid voor insuline. Deze twee kenmerken hangen nauw samen. Een verminderde gevoeligheid voor insuline resulteert namelijk in een uitputting van de cellen van de alvleesklier die insuline maken (de bèta-cellen). Er moet immers een veel grotere hoeveelheid insuline geproduceerd worden om de suikerspiegel in het bloed omlaag te krijgen als de gevoeligheid voor insuline afneemt. Als deze situatie lang aanhoudt, dan raken de bètacellen die insuline maken, uitgeput en dan ontstaat er een insulinetekort. Hierdoor stijgt de suikerspiegel in het bloed verder. Een langdurig hoge suikerspiegel in het bloed is echter giftig voor de bètacellen van de alvleesklier, waardoor deze cellen afsterven en er nog minder insuline geproduceerd wordt. Zo is het cirkeltje rond.

OORZAKEN VAN INSULINERESISTENTIE

Omdat insulineresistentie dus een belangrijk kernpunt is van de ontstaanswijze van suikerziekte bij katten (en mensen) is het van belang om te begrijpen hoe deze (relatieve) ongevoeligheid voor insuline ontstaat.

RISICOFACTOREN

Net als bij mensen zijn er bij katten een aantal belangrijke factoren die de kans op een insulineresistentie en dus de kans op suikerziekte aanzienlijk vergroten. De belangrijkste zijn wel bekend: overgewicht, te weinig lichaamsbeweging (binnenkatten!) en een overmaat aan koolhydraten in de voeding. Maar ook chronische of recidiverende gezondheidsproblemen, gebitsaandoeningen en (herhaalde) behandelingen met corticosteroïden en/of progesteronpreparaten (poezenpil!) vergroten de kans op suikerziekte aanmerkelijk.
Katers hebben van zichzelf een lagere insulinegevoeligheid dan poezen. Bovendien lopen katers ook meer risico op overgewicht, waardoor hun insulinegevoeligheid nog verder afneemt.
Verder lijkt, net als bij mensen, ook bij katten een genetische aanleg een rol te spelen bij de relatieve ongevoeligheid voor insuline en dus bij de ontwikkeling van suikerziekte.

VOEDING

Er werd al even gesproken over de rol van koolhydraten in de voeding. In de meeste commerciële katten voeders zitten vrij hoge gehaltes aan koolhydraten. Soms bestaat de voeding van een kat op energiebasis voor 50% of meer uit koolhydraten! En dat terwijl een kat bij het opeten van een muis of rat maar ongeveer 2% koolhydraten binnenkrijgt. Een kat is ook immers een echte vleeseter en vlees bestaat nu eenmaal voor een groot gedeelte uit eiwit…

Na het eten van een koolhydraatrijke maaltijd stijgen de suikerspiegels in het bloed in korte tijd behoorlijk. Dit vergt dus in korte tijd veel van de bèta-cellen die insuline moeten maken en het kan uiteindelijk de cellen helemaal uitputten. Een lange periode waarin de suikerspiegel hoog blijft in het bloed is bovendien zoals reeds gezegd ook direct giftig voor deze bètacellen, waardoor ze ook nog eens beschadigd raken.

BESCHADIGING VAN BÈTACELLEN

Naast de uitputting van de bètacellen en de rechtstreekse beschadiging van deze cellen door de hoge suikerspiegels in het bloed speelt ook de afzetting van amyloïd (een soort eiwit) in de alvleesklier een rol bij de beschadiging van de insulineproducerende bètacellen.
Het blijkt nu dat factoren die op zichzelf al bijdragen aan de relatieve ongevoeligheid voor insuline (zoals vetzucht en te weinig lichaamsbeweging) ook nog eens predisponeren (= de kans vergroten) voor deze amyloïdafzetting in de alvleesklier.

Een ontsteking van de alvleesklier (= pancreatitis) heeft ook een verlies van bètacellen tot gevolg en 50% van de katten met diabetes vertoont aanwijzingen voor een alvleesklierontsteking. Maar de alvleesklierontsteking op zich is meestal niet ernstig genoeg om klinische suikerziekte te veroorzaken.

THERAPIE

Uit bovenstaand verhaal blijkt wel dat de therapie voor katten met suikerziekte zich op diverse aandachtspunten moet richten.

Ten eerste moet de schade aan de insulineproducerende bètacellen zoveel mogelijk worden beperkt. Dat betekent dat we door middel van het toedienen van insuline de suikerspiegel zo snel mogelijk onder controle moeten zien te krijgen. Hoe meer bètacellen in leven blijven, hoe meer kans we hebben dat de kat later nog zelf een bepaalde hoeveelheid insuline kan produceren. Hierdoor is het mogelijk dat de kat niet totaal afhankelijk wordt van de insuline die via injecties moet worden toegediend. Er is zelfs een kans dat de aandoening helemaal verdwijnt en dat de kat zelf weer voldoende insuline kan produceren bij snel en effectief ingrijpen.
Er is echter wel een maar aan dit "zo snel mogelijk onder controle krijgen van de suikerspiegel". Het gevaar bestaat namelijk dat, zeker bij het gebruik van kortwerkende potente insulinepreparaten (zoals het enige in Nederland voor de kat geregistreerde middel Caninsulin®) de kat doorschiet naar een te lage suikerspiegel (of hypoglycaemie) bij het instellen van de juiste dosering insuline. En dit is een direct levensbedreigende situatie. Een perfecte instelling ligt dus vaak gevaarlijk dicht naast een tekort aan suiker in het bloed, waardoor in een aantal gevallen genoegen moet worden genomen met een benadering van de ideale suikerspiegel.
De behandeling met langerwerkende insulinepreparaten zoals Glargine en Protamine zinkinsulines zijn wat dit betreft veel idealer omdat het risico op een hypoglycaemie veel kleiner is bij het streven naar de perfecte suikerspiegel.
Een behandeling met Caninsulin® zal bij vrijwel alle katten 2 x daags moeten plaatsvinden (met een tussentijd van ongeveer 12 uur dus).

Ten tweede blijkt een koolhydraatbeperkte voeding een zeer belangrijke rol te kunnen spelen bij de behandeling van suikerziekte. Er zijn zelfs gevallen bekend, waarbij de kat na een tijdje helemaal zonder insulinetoediening kan met een aangepast dieet. Zo'n dieet bevat dus in verhouding tot andere kattenvoedingen een laag gehalte aan koolhydraten en een hoog gehalte aan eiwit. Een voorbeeld van zo'n voeding is het M/D dieet van Hill's of het Diabetic dieet van Royal Canin).
Deze voeding kan tevens bijdragen aan de vermindering van overgewicht, hetgeen de controle van de suikerziekte verder verbetert.
Het geven van een traditioneel vermageringsdieet is overigens niet aan te raden voor katten met suikerziekte, omdat veel vermageringsdiëten voor katten momenteel een laag vetgehalte maar hoog koolhydraatgehalte bevatten!

Het stimuleren van lichaamsbeweging is ook van belang. Dit kan al bereikt worden door bewust een paar keer per dag de kat achter een speeltje te laten aanrennen bijvoorbeeld. Er zijn ook speeltjes waar u brokjes in kunt doen, zodat de kat wat extra moeite voor zijn eten moet doen. Buitenkatten krijgen vaak al beweging genoeg, doordat hun jachtinstincten buiten voldoende geprikkeld worden.

CONTROLE

Regelmatige controles van de bloedsuikerspiegel zijn van groot belang. In het begin van de behandeling om de juiste dosering insuline vast te stellen, maar in het verloop van de behandeling eveneens om te evalueren of de behandeling nog afdoende is en in sommige gevallen of de behandeling met insuline nog nodig is!

Uw dierenarts zal 4-6 uur na de injectie met insuline (bij gebruik van Caninsulin®) de bloedsuikerspiegel meten. Hiermee wordt namelijk gekeken naar de bloedsuikerspiegel op het (te verwachten) laagste punt. Dit is met name van belang om het risico op hypoglycaemie zo klein mogelijk te houden.
Soms is het nodig om een zogenaamde dagcurve van de suikerspiegel te maken. Hierbij wordt gedurende een periode van 12-24 uur iedere 2 uur de bloedsuikerspiegel gemeten, waardoor duidelijk wordt in hoeverre de insuline effect heeft en hoe lang het bloedsuikerverlagend effect van de injecties aanhoudt.

Vooral op de lange duur is het ideaal om een bloedglucosebepaling te doen thuis. Dit kan gemakkelijk met een klein druppeltje bloed en een speciaal apparaatje dat ook wel bekend is voor de controle van bloedsuikerspiegels bij mensen met suikerziekte.

Verder is het van belang dat u thuis de wateropname van de kat in de gaten houdt. Het blijkt dat de wateropname een belangrijke graadmeter is voor de bloedsuikerspiegel.

Het meten van de glucoseconcentratie in de urine is bij gebruik van de kortwerkende insuline preparaten zoals Caninsulin® niet geschikt om de dosering van insuline op aan te passen!

TOT SLOT

Wees als eigenaar van een oudere kat(er) alert op de verschijnselen van suikerziekte. Vooral veel drinken en plassen, maar ook vermageren ondanks goede eetlust zijn symptomen die op suikerziekte kunnen wijzen.

Verder is het van belang om de algemene gezondheid goed in de gaten te houden. Katten boven de 12 jaar hebben nu eenmaal eerder problemen met bijvoorbeeld het gebit. Laat uw oudere kat 1-2 x per jaar goed nakijken en laat eventueel een screenend bloedonderzoek doen in overleg met uw WHG-dierenarts.

Zorg voor voldoende lichaamsbeweging voor uw kat en voorkom overgewicht!

bron: whgdierenartsen.nl (website opgeheven)
Gesloten